Een sterke vierde editie van de Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid op 7 mei in Antwerpen bracht 265 professionals, ervaringsdeskundigen, onderzoekers, beleidsmakers en organisaties samen rond één gedeelde ambitie: een geestelijke gezondheidszorg die sneller, mensgerichter en beter geïntegreerd werkt. De inhoudelijke presentaties van de werkgroepen en het panelgesprek onder leiding van journalist Guy Tegenbos bevestigden hoe groot de nood aan structurele hervormingen blijft.
Fundamentele omslag voor geïntegreerde ggz
De werkgroep geïntegreerde zorg stelde een nieuw rapport voor dat pleit voor een fundamentele omslag: weg van een versnipperd, prestatiegericht systeem en naar zorgcontinuïteit, preventie, vroegdetectie en samenwerking over sectoren heen.
Het rapport schuift ook een nieuw financieringssysteem naar voren dat samenwerking en preventie beter ondersteunt. Vandaag beloont de financiering vooral acute behandeling, terwijl preventie, samenwerking en langdurige opvolging onder druk staan. Daarnaast bevat het rapport concrete voorstellen zoals de trajectvolger, die mensen helpt doorheen hun zorgtraject, en een populatiegerichte aanpak waarbij middelen flexibeler ingezet worden volgens regionale noden.
Het debat dat later volgde, maakte duidelijk dat er een groot draagvlak bestaat voor meer geïntegreerde zorg. De uitdaging ligt nu minder in het formuleren van de visie dan in het omzetten ervan naar concrete beleidskeuzes en organisatievormen op het terrein.
70 wachtverzachters, nu nog wachtcijfers
Ook de problematiek van wachttijden kreeg ruime aandacht. Daarbij werd duidelijk hoe weinig zicht Vlaanderen nog altijd heeft op de werkelijke omvang van de wachtlijsten in de ggz. Buiten de centra voor geestelijke gezondheidszorg ontbreken vaak structurele gegevens over wie wacht, hoe lang en op hoeveel plaatsen tegelijk. Tegelijk benadrukte hij dat wachten niet mag betekenen dat mensen aan hun lot worden overgelaten.
De werkgroep pleitte daarom voor een betere registratie van wachttijden als basis voor een gerichter beleid. De werkgroep leverde niet alleen constructief commentaar, hij bouwde ook op: via een brede oproep verzamelde hij niet minder dan zeventig goede praktijken uit de sector, gebundeld in een publieke databank met zogenaamde "wachtverzachters". Daaruit blijkt dat snelle eerste respons, kortdurende begeleiding en ondersteuning tijdens de wachttijd vaak een groot verschil maken.
Oproep nieuwe werkgroep Arbeid
Werkonbekwaamheid, langdurige uitval en re-integratie zijn actuele en polariserende maatschappelijke thema's. Omdat psychische kwetsbaarheid een belangrijke rol speelt in die discussie, wil de SGGG er de komende jaren nadrukkelijk op focussen.
De voorstelling rond arbeid en geestelijke gezondheid vormde daarom de aanzet voor een nieuwe werkgroep binnen de Staten-Generaal. Vanuit persoonlijke ervaringen, wetenschappelijk onderzoek en arbeidsmarktvisies werd duidelijk hoe complex de relatie tussen werk en psychische kwetsbaarheid is. Werk kan herstel ondersteunen, maar ook ondermijnen wanneer systemen te rigide werken of stigma blijft doorwegen.
De sprekers benadrukten onder meer het belang van betekenisvol werk, vroegtijdige begeleiding, een flexibele arbeidsmarkt en een betere samenwerking tussen zorg en werk. Ook de vraag hoe mensen duurzaam aan het werk kunnen blijven of opnieuw aansluiting vinden bij de arbeidsmarkt, stond centraal.
Bestuurslid Yves Wuyts deed daarom een oproep aan professionals en betrokkenen om zich aan te sluiten bij een nieuwe werkgroep die beleidsaanbevelingen zal uitwerken rond arbeid, re-integratie en geestelijke gezondheid.
Transculturele zorg mag geen blinde vlek blijven
Ook de werkgroep transculturele zorg legde een structureel pijnpunt bloot. Mensen met een migratieachtergrond worden in de geestelijke gezondheidszorg nog te vaak verkeerd begrepen, verkeerd gediagnosticeerd of te laat geholpen. De kans op een foute diagnose ligt voor deze groep tot de helft hoger, terwijl ook gedwongen opnames vaker voorkomen.
De Staten-Generaal publiceerde op de dag van het congres ook een opiniestuk van voorzitter Frieda Matthys en arts-onderzoeker Lukas Claus. Zij pleiten voor cultuursensitieve zorg die structureel verankerd wordt in opleiding, kwaliteitsnormen en financiering.
Panelgesprek legt structurele uitdagingen bloot
Het afsluitende panelgesprek maakte duidelijk dat de bereidheid tot verandering groot is, en dat vooruitgang nog altijd een streven is naar betere samenwerking, aangepaste financiering en gedeelde verantwoordelijkheid.
Het was geen klassiek politiek debat met alle partijen aan tafel. Wel gingen enkele sleutelfiguren uit beleid en sector in gesprek over de aanbevelingen uit het rapport geïntegreerde zorg: Tom De Boeck (Vlaamse overheid), David Dol (ggz-netwerk Reling), Freya Perdaens (N-VA), Lise Vandecasteele (PvdA) en Isabel Moens, experte ggz op het kabinet van de federale minister van Volksgezondheid.
Er werden nuances aangebracht, maar over de grote lijnen bestond opvallend veel overeenstemming. Preventie en vroegdetectie verdienen meer aandacht. Mensen moeten vlotter doorheen hun zorgtraject kunnen bewegen. Ook een financiering die samenwerking beloont kon op brede steun rekenen.
De panelleden waren het er bovendien over eens dat geestelijke gezondheid niet alleen een opdracht is voor de zorg. Ook onderwijs, werk en beleid dragen mee verantwoordelijkheid. Dat wijst op een breed draagvlak voor de verdere uitbouw van geïntegreerde zorg.