Uitbreiding maximumfactuur maakt geestelijke gezondheidszorg gelijkwaardiger

Hardnekkige ongelijkheid rechtgezet

De Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid verwelkomt de beslissing van de federale regering om vanaf 1 januari 2026 ook langdurige psychiatrische zorg op te nemen in het systeem van de maximumfactuur (MAF). Dat kondigde minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke aan in De Standaard.

Tot nu toe gold de bescherming slechts tijdens het eerste jaar van opname. Daarna moesten patiënten opnieuw een aanzienlijk deel van de zorgkosten zelf dragen. Daardoor werden mensen die langdurige psychiatrische zorg nodig hebben jarenlang financieel ongelijk behandeld ten opzichte van patiënten met een chronische lichamelijke aandoening.

"Dit is belangrijk in de strijd tegen ongelijkheid in de gezondheidszorg. De uitbreiding van de maximumfactuur corrigeert een onrecht dat jarenlang standhield. Ze biedt mensen die langdurige psychiatrische zorg nodig hebben eindelijk eenzelfde financiële bescherming als andere chronisch zieke patiënten."

Frieda Matthys, voorzitter van de Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid

De maatregel, die de federale overheid 1,6 miljoen euro zal kosten, kwam er na herhaald aandringen van de SGGG en sluit aan bij de aanbevelingen van de werkgroep 'Arm maakt ziek, ziek maakt arm'. De werkgroep bracht de voorbije jaren de wisselwerking tussen armoede en geestelijke gezondheid in kaart en pleit voor structurele maatregelen om financiële drempels in de zorg weg te werken.

"Minister Vandenbroucke heeft geluisterd en zijn belofte waargemaakt. De uitbreiding van de MAF zal het verschil maken voor duizenden patiënten die langdurige zorg nodig hebben. Het is een betekenisvolle stap naar een geestelijke gezondheidszorg die eindelijk ook financieel gelijkwaardig wordt behandeld."

Kirsten Catthoor, voorzitter van de werkgroep 'Arm maakt ziek, ziek maakt arm'

Volgende stappen naar gelijkwaardige zorg

De SGGG wijst erop dat deze maatregel een belangrijke correctie is, maar dat de volledige financiële gelijkwaardigheid van de geestelijke gezondheidszorg nog niet bereikt is. In de geest van zijn werkgroep 'Arm maakt ziek, ziek maakt arm' vraagt de SGGG dat de overheid ook werk maakt van:

  • een aangepast evaluatiesysteem voor tegemoetkomingen aan personen met een handicap, zodat de specifieke kenmerken van ernstige psychiatrische aandoeningen leiden tot een correcte inschatting van de ziektelast;
  • een herziening van de criteria voor het forfait 'personen met een chronische aandoening', die vandaag te eenzijdig op lichamelijke ziekten zijn gebaseerd;
  • een RIZIV-overeenkomst die, naar analogie met die voor jongeren met diabetes, voorziet in volledige terugbetaling van psychologische en therapeutische zorg voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening.

Prof. dr. Matthys besluit: "De uitbreiding van de maximumfactuur is een krachtig signaal dat geestelijke gezondheidszorg volwaardig deel uitmaakt van het gezondheidsbeleid. We hopen dat deze positieve beweging zich voortzet in de andere dossiers die nog op tafel liggen."