Op zaterdag 20 maart 2021 vond online de tweede Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheid plaats. Onder de noemer Hoever staat het met het Noodprogramma Geestelijke Gezondheid? presenteerden vier werkgroepen de resultaten van twee jaar onderzoek en overleg. Zij legden een scherpe diagnose op tafel en formuleerden concrete oplossingen voor de diepgewortelde problemen in de Vlaamse en Belgische geestelijke gezondheidszorg. Twee bijkomende focusdocumenten richtten de blik specifiek op kinderen en jongeren en op de rol van familie en naasten in de zorg.
Twee jaar na het Noodprogramma
Tijdens de eerste Staten-Generaal in 2019 stelde de SGGG een Noodprogramma voor met vier centrale stellingen: de bestaande financieringsmechanismen hebben een perverse impact, armoede maakt ziek en ziekte maakt arm, transitiezorg voor jonge volwassenen krijgt onvoldoende aandacht, en de wachtlijsten zijn onverantwoord lang. Twee jaar later bogen vier werkgroepen zich over de stand van zaken. Hun boodschap was duidelijk: de nood is nog steeds hoog, de vooruitgang is te beperkt, en concrete beleidsmaatregelen blijven dringend noodzakelijk.
Financiering: een perverse impact
In Vlaanderen krijgen jaarlijks 700.000 mensen te maken met psychische problemen. Toch gaat in België slechts 6% van het gezondheidsbudget naar de geestelijke gezondheidszorg, beduidend minder dan in onze buurlanden. In juli 2020 nam het federale parlement een resolutie aan om dat budget op te trekken naar 12%, maar de uitvoering ervan laat op zich wachten.
De Werkgroep Financiering stelt vast dat de huidige financiering complex, versnipperd en weinig consistent is. Ze spoort interprofessionele samenwerking onvoldoende aan en is niet afgestemd op vooropgestelde gezondheidsdoelstellingen. De werkgroep pleit voor een financieringsmodel dat vertrekt vanuit een public health perspectief, met aandacht voor preventie en vroegdetectie naast gespecialiseerde behandeling. Zorg moet toegankelijk, vindbaar, betaalbaar en begrijpbaar zijn voor wie ze nodig heeft.
Arm maakt ziek en ziek maakt arm
De Werkgroep Armoede benadrukt dat geestelijke gezondheidszorg in wezen een fundamentele toepassing is van universele mensenrechten. Toch worden mensen met een psychische kwetsbaarheid financieel gediscrimineerd ten opzichte van mensen met een lichamelijke aandoening. Mensen met een langdurige arbeidsongeschiktheid ontvangen een uitkering die onder de armoedegrens ligt. Voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is het totaalpakket aan ambulante zorg financieel onbetaalbaar, waardoor ze vaak aangewezen zijn op een ziekenhuisopname die voor de maatschappij een veelvoud kost.
De werkgroep formuleert concrete eisen: hervorm het statuut van personen met een chronische aandoening zodat ook EPA-patiënten er toegang toe krijgen, sluit een RIZIV-overeenkomst voor EPA-patiënten, maak noodzakelijke psychofarmaca betaalbaar, trek het vervangingsinkomen op boven de armoedegrens, en zorg dat agressieve schuldbemiddeling en bewindvoering de zorg niet verder in het gedrang brengt.
Transitiezorg: de vergeten schakel
Driekwart van alle ernstige psychische klachten ontstaat voor de leeftijd van 24 jaar. Toch is er juist rond de leeftijd van 18 jaar een breuk in de hulpverlening: de overheid vereist een overgang van kinder- en jeugdpsychiatrie naar volwassenpsychiatrie, waardoor jongeren op een kwetsbaar moment een nieuwe zoektocht naar hulp moeten starten. Gespecialiseerde psychiatrische zorg voor deze levensfase is schaars en weinig toegankelijk.
De Werkgroep Transitiezorg vraagt continuïteit van zorg na de leeftijd van 18 jaar, een laagdrempelig en specifiek zorgaanbod voor jongeren tussen 18 en 25 jaar, een naadloze overgang naar volwassenpsychiatrie, en betere intersectorale samenwerking tussen geestelijke gezondheidszorg en jeugdhulp. Daarnaast zijn gevalideerde instrumenten en kwaliteitscriteria voor informatiedoorstroming dringend nodig.
Wachttijden: onverantwoord lang
Onderzoek van de SGGG toont aan dat een op zes volwassenen en bijna de helft van de kinderen met een hulpvraag op een of meerdere wachtlijsten staat. Kinderen moeten bijna overal langer wachten dan volwassenen. Voor diagnostisch onderzoek of gespecialiseerde ondersteuning via een centrum voor ontwikkelingsstoornissen of een thuisbegeleidingsdienst voor autisme is het niet ongebruikelijk dat mensen een jaar of langer moeten wachten.
De werkgroep stelt vast dat wachten leidt tot lagere motivatie voor behandeling, ernstiger klachten en soms tot crisissituaties die hadden vermeden kunnen worden. De omgeving en het gezin raken daardoor bijkomend belast. De SGGG onderscheidt een keten van verantwoordelijkheid, van regelgevende en financierende overheden over zorgaanbieders tot zorggebruikers. Naast meer capaciteit en betere indicatiestelling vraagt de werkgroep ook uitdrukkelijk om wachttijdondersteuning: begeleiding in de vorm van groepssessies, lotgenotencontact of telefonische opvolging van klachten.
Bijzondere aandacht: kinderen, jongeren en naasten
Twee focusdocumenten verdiepten het congres op specifieke thema's. Het focusdocument over kinderen en jongeren, opgesteld door Jan De Meulenaere, Sofie Crommen en Marina Danckaerts, benadrukte dat 75% van alle ernstige psychopathologie begint voor de leeftijd van 18 jaar. Toch heeft 69% van de kinderen die nood hebben aan geestelijke gezondheidszorg in België geen toegang, niet eens tot een wachtlijst. De Staten-Generaal pleit daarom voor dringende en substantiële uitbreiding van de capaciteit aan geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren, met aandacht voor de eerste 1000 dagen, een versterkt ambulant aanbod en meer (semi-)residentieel aanbod.
Het focusdocument over familie en naasten, opgesteld door Kim Steeman en Veerle Aendekerk, stelt dat de rol van familieleden in de zorg erkend maar zelden voldoende ondersteund wordt. Naasten nemen steeds meer informele zorgtaken op in een zorgsysteem dat evolueert naar minder residentieel aanbod en meer mobiele werking. Zij dragen bij aan signalering, behandeling en herstel, maar ervaren zelf ook grotere zorglast, minder levenskwaliteit en een gevoel van onvoldoende erkenning door professionals. De werkgroep vraagt dat familie structureel wordt ingebed in de geestelijke gezondheidszorg van de toekomst, als gelijkwaardige partner in een trialoog met hulpvrager en hulpverlener.
Alle documenten die op de tweede Staten-Generaal werden voorgesteld, zijn beschikbaar via de Outputpagina.