Op 8 februari 2024 vond de derde editie van de Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid plaats. Onder het motto "tien rode draden voor een sterk weefsel van onze geestelijke gezondheid" brachten hulpverleners, ervaringsdeskundigen, onderzoekers en beleidsmakers opnieuw samen om de stand van zaken in de Vlaamse en Belgische geestelijke gezondheidszorg op te maken en aanbevelingen te formuleren voor de komende regeerperiode. Chris Van den Abeele opende het congres; em. prof. dr. Frieda Matthys lichtte de stand van zaken van SGGG vzw toe.
Het memorandum 2024: tien rode draden
Centraal op het congres stond het SGGG-memorandum 2024, dat tien aanbevelingen formuleert die de komende vijf jaar het geestelijke gezondheids- en welzijnsbeleid moeten richting geven. De aanbevelingen rijgen zich door de federale en deelstatelijke bevoegdheidsverdeling en vormen een breed gedragen visie op een sterk maatschappelijk geestelijk gezondheidsweefsel.
De tien rode draden zijn: geef jongeren voorrang; meen het met preventie; pak de wachttijden aan; versterk de stem van patiënten; maak de zorg geïntegreerd; reflecteer kritisch op maatschappelijke oorzaken; bestrijd discriminatie; werk een budgettair groeipad uit; werk op basis van doelen en data; en versterk onderwijs, onderzoek en innovatie. SGGG vraagt aan alle overheden om met één stem te spreken: maak de bevoegdheidsverdeling duidelijker, werk aan gedeelde doelen en vaardig geen elkaar tegenwerkende maatregelen uit.
Werkgroep Financiering: financiering doorgelicht
De Werkgroep Financiering presenteerde een interim rapport waarin de financiering van zes soorten ggz-actoren werd getoetst aan zeven richtinggevende financieringsprincipes: doelmatigheid, samenwerking, populatiebreedte, laagdrempeligheid en toegankelijkheid, innovatiebevordering, kwaliteitsverhoging en billijkheid. De bevindingen zijn opvallend: de meeste actoren scoren op meerdere principes negatief. Niet-geconventioneerde zelfstandige psychologen en orthopedagogen scoren bijzonder zwak op vrijwel alle principes. Psychiatrische ziekenhuizen scoren slecht op doelmatigheid. De psychologenconventie springt er positief uit op het vlak van innovatiebevordering. De werkgroep streeft ernaar tegen het volgende congres in 2026 concrete, budgetneutrale beleidsaanbevelingen te formuleren.
Werkgroep Wachttijden: van registratie tot samenwerking
De Werkgroep Wachttijden behandelde vier thema's: centrale aanmelding en indicatiestelling, wachttijdondersteuning, de determinanten van wachttijden vanuit mathematisch-klinisch perspectief, en de samenwerking tussen huisartsen en de ggz. Een laagdrempelig, lokaal geïntegreerd onthaalloket voor personen met psychische en psychosociale zorgnood kan de toegankelijkheid sterk verhogen. Indicatiestelling als afzonderlijk proces maakt de wachttijd korter. De samenwerking tussen huisartsen en ggz-aanbieders kan en moet beter: wachttijden worden door huisartsen terecht als nefast voor patiënten ervaren, maar de onoverzichtelijkheid van het ggz-aanbod helpt hen daarbij niet. De werkgroep pleit voor wachtregistratie als basis voor datagedreven beleid.
Werkgroep Manpower: tekort aan kinderpsychiaters als brandend probleem
De Werkgroep Manpower bracht twee probleemstellingen op de voorgrond. Ten eerste staat het welzijn van jongeren zwaar onder druk: één op vijf jongeren voelt zich meermaals per week ongelukkig, meer dan de helft kampt met psychische klachten, en 22% heeft al zelfmoordgedachten gehad. Ten tweede weegt het structurele tekort aan kinder- en jeugdpsychiaters zwaar op de zorgsector: er zijn te weinig psychiaters voor kinderen en jongeren, en spoeddiensten worden geconfronteerd met crisissituaties waarvoor ze onvoldoende zijn uitgerust. Multidisciplinaire samenwerking, het inschakelen van klinisch psychologen en orthopedagogen in de tweede lijn, en een versterkte eerstelijnszorg zijn noodzakelijk om de druk te verlichten.
Werkgroep Preventie: de juiste dingen op het juiste moment
De Werkgroep Preventie wees op de bewezen meerwaarde van investeren in geestelijke gezondheidspreventie: elke geïnvesteerde euro levert op lange termijn 1,5 tot 2 euro op. Toch vindt preventie moeilijk ingang in de praktijk. Er zijn al tientallen preventie-initiatieven in Vlaanderen, maar ze worden te weinig ingezet op het juiste moment en te zelden duurzaam geïmplementeerd. De werkgroep pleit voor een duidelijke beleidsstrategie over alle domeinen, een levensloopbenadering en meer monitoring en onderzoek. Preventie en zorg moeten als partners samenwerken, niet als gescheiden werelden.
Werkgroep Armoede: dakloosheid en psychische kwetsbaarheid
De Werkgroep "Arm maakt ziek, ziek maakt arm" presenteerde twee onderzoeksresultaten. Een eerder onderzoek naar de kennis van artsen over armoede toonde aan dat ruim drie kwart van de artsen armoede niet als onderdeel van zijn medische opleiding heeft meegekregen. Een nieuw onderzoek bij sociale diensten van psychiatrische ziekenhuizen en PAAZ-afdelingen bracht de omvang van dakloosheid in psychiatrische settings in kaart: gemiddeld 20% van de patiënten is dakloos, en sociale diensten besteden gemiddeld 27% van hun werktijd aan huisvestingskwesties. De werkgroep formuleert een 10-puntenplan voor beleidsmakers, zowel rond de kennis van artsen over armoede als rond huisvesting voor psychiatrische patiënten.
Politiek debat: heeft de politiek een perspectief op onze geestelijke gezondheid?
Het congres sloot af met een politiek debat onder leiding van moderator en journalist Guy Tegenbos. Vijf parlementsleden namen deel: Els Van Hoof (CD&V), Freya Van den Bossche (Vooruit), Jeremie Vaneeckhout (Groen), Kathleen Depoorter (N-VA) en Robby De Caluwé (Open VLD). De centrale vraag was of de politiek een helder perspectief heeft op de geestelijke gezondheid van de bevolking, en of de aanbevelingen van SGGG hun weg vinden naar het beleid.
In zijn slotreflectie formuleerde Guy Tegenbos vijf punten van winst. Ten eerste waren alle partijen het eens over het verlenen van voorrang aan maatregelen voor jongeren. Ten tweede was er brede steun voor de prioriteit van preventie, en dan niet alleen de directe gezondheidszorgpreventie, maar preventie in de brede zin: het "health in all policies"-principe, waarbij maatregelen ook in domeinen als wonen, werk en vrijetijdsbesteding worden genomen. Beide punten werden expliciet gekoppeld aan een concrete eis: schrijf dit in het regeerakkoord. Ten derde spraken alle partijen, met nuanceringen, hun steun uit voor het budgettaire groeipad dat SGGG bepleit, en wilden zij dat eveneens in het regeerakkoord verankerd zien.
Ten vierde erkenden de deelnemers dat politieke profilering rond het thema geestelijke gezondheid niet wenselijk is. De gedeelde conclusie was dat dit dossier niet gebaat is bij partijpolitieke competitie. Ten vijfde beantwoordden alle partijen de oproep van SGGG om "met één stem te spreken" met een genuanceerd ja. Sommige partijen pleiten voor een andere bevoegdheidsverdeling, maar allen erkenden dat eensgezindheid over beleidsniveaus heen in de praktijk noodzakelijk is. Tot slot noemden alle aanwezige politici de discriminatie van psychiatrische patiënten, die systematisch slechter worden behandeld dan patiënten met somatische aandoeningen, onaanvaardbaar. Verschillende partijen wezen op reeds genomen wettelijke en decretale initiatieven, en beloofden dit thema ook in de volgende regeerperiode aan te pakken.
Alle rapporten, debatfiches en het memorandum zijn beschikbaar via de Outputpagina op deze website. Daar zijn ook twee videobijdragen te bekijken: een toelichting bij het memorandum door Bram Spinnewijn, en de slotreflectie van Guy Tegenbos na het politiek debat.