In oktober 2022 publiceerde de Werkgroep Wachttijden van SGGG een short report over de manier waarop zorgorganisaties en -professionals in de Vlaamse geestelijke gezondheidszorg omgaan met wachttijden. Ruim 200 respondenten gaven inzage in de strategieën die zij hanteren tegenover wachtende cliënten en hun naasten, en in hoe die strategieën worden ervaren door zowel de hulpverlener als de zorgvrager.
Achtergrond en opzet
Het is bekend dat lange wachttijden een structureel probleem vormen in de geestelijke gezondheidszorg, zoals ook bleek uit de eerdere rapporten van de Werkgroep Wachttijden uit december 2020 en juni 2021. Wat tot dan toe minder in beeld was, is hoe organisaties en praktijken met die wachttijd omgaan in relatie tot de wachtende cliënt en diens familie. In het voorjaar van 2022 stuurde de werkgroep daarom een bevraging uit met als centrale vraag: welke wachtverzachters worden vandaag toegepast, en hoe worden ze ervaren?
De bevraging werd 203 keer ingevuld door een gevarieerde groep: zelfstandige solopraktijken (38,4%), zelfstandige groepspraktijken (35,0%), gesubsidieerde ambulante aanbieders zoals CGG en CAR (11,3%), en organisaties met dag- en nachtopname (7,4%).
Wachttijden: nog steeds een wijdverbreid probleem
71,4% van de bevraagde zorgaanbieders gaf aan op het moment van de bevraging een wachtlijst of wachttijd te hebben. Wachttijden variëren van enkele dagen tot bijna twee jaar. Slechts 5% van alle zorgaanbieders kon aangeven alle zorgvragen meteen te kunnen beantwoorden. Een deel van de respondenten werkt met een aanmeldingsstop in plaats van een wachtlijst, wat betekent dat het werkelijke aantal wachtenden nog hoger ligt dan de cijfers laten zien.
Zes vormen van wachttijdenbeheer
De bevraging onderzocht zes types van wachttijdenbeheer. Het aanbieden van informatie bleek de meest gehanteerde strategie: 46% van de respondenten biedt wachtende cliënten actief informatie aan via websites, brochures, crisisnummers of op maat gemaakte communicatie. Op de tweede plaats staat het behouden van contact vanuit de organisatie of praktijk (37%): zorgaanbieders nemen zelf contact op met de cliënt, geven updates over de wachtlijstpositie of staan beschikbaar voor vragen.
Het faciliteren van contact met anderen, zoals doorverwijzing naar lotgenotengroepen of ervaringsdeskundigen, werd door 28% toegepast. Het aanreiken van zelfhulpmogelijkheden, waaronder e-health-toepassingen zoals Therapieland of Mijnkwartier, werd door 26% aangeboden. Het aanbieden van gerichte interventies, zoals groepsaanbod, een eerste overbruggingsgesprek of laagfrequente individuele begeleiding, werd door 25% van de respondenten vermeld. Tot slot noemde een deel van de respondenten nog andere werkwijzen, zoals voorrangsregelingen, scherpe afbakening van de doelgroep en het inschakelen van ervaringsdeskundigen of stagiairs.
Beleving van hulpverleners en zorgvragers
Uit de bevraging blijkt dat zowel zorgverleners als zorgvragers wachttijdenbeheer over het algemeen als zinvol ervaren, al zijn er nuances. Hulpverleners rapporteren dat contact houden met de cliënt en een goede indicatiestelling tijdens de wachttijd hen helpen om de wachtlijst up-to-date te houden en sneller te schakelen. Tegelijk geven veel zorgverleners aan dat wachttijdenbeheer tijd kost die zij moeilijk kunnen vrijmaken bovenop hun reguliere werkdruk. Het weigeren van mensen of het melden van lange wachttijden geeft een significant aantal hulpverleners zelf stress.
Zorgvragers waarderen het bijzonder wanneer zij gehoord worden, snel een eerste gesprek kunnen krijgen voor vraagverheldering, of worden doorverwezen naar een meer passend aanbod. Tegelijk leidt een eerste positieve interventie soms tot gemengde gevoelens wanneer de eigenlijke behandeling daarna nog lang op zich laat wachten.
Evaluatie en conclusies
Iets minder dan de helft van de respondenten (49%) geeft aan het wachttijdenbeheer systematisch te evalueren, doorgaans in teamoverleg of via beleidsbespreking. De andere helft doet dit niet of slechts sporadisch. Dat het thema leeft in de sector, staat buiten kijf: 71% van de bevraagden spant zich actief in om wachttijden te reduceren. Toch blijft 29% zich niet bezighouden met enige vorm van wachttijdenbeheer, dikwijls wegens tijdsgebrek.
De werkgroep concludeert dat wachttijdenbeheer een waardevolle maar onvoldoende oplossing is zolang de structurele oorzaken van lange wachttijden niet worden aangepakt. Er is nood aan meer coördinatie en ondersteuning voor zelfstandige zorgverleners, een creatievere inzet van de conventie terugbetaling psychologische hulp, meer multidisciplinair zorgoverleg en een bredere betrokkenheid van ervaringsdeskundigen en ondersteunende disciplines.
Het rapport is beschikbaar via de Outputpagina.